Waarde in het kader van de Wet waardering onroerende zaken
In de Wet waardering onroerende zaken wordt in artikel 17 aangegeven hoe de aan een onroerende zaak toe te kennen waarde dient te worden bepaald ten behoeve van de heffing van belastingen door het Rijk, de gemeente en de waterschappen. De waardedefinities ontleend aan dit artikel luiden als volgt:
"De waarde van een onroerende zaak wordt bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger van de zaak, in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen".
De op deze wijze bepaalde waarde leidt tot "het bedrag dat gelijk is aan de prijs, welke door de meest biedende koper besteed zou worden bij aanbieding ter verkoop op de voor de zaak meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding" (waarde in het economische verkeer).
Ingevolge artikel 17, derde lid van de Wet WOZ wordt, behoudens bij woningen en monumenten, de waarde bepaald op de gecorrigeerde vervangingswaarde indien dit leidt tot een hogere waarde dan de waarde in het economische verkeer.
Onder de gecorrigeerde vervangingswaarde van de onroerende zaak wordt verstaan: "het bedrag benodigd om een onroerende zaak te verkrijgen of te vervaardigen dat voor de bedrijfsuitoefening een in economisch opzicht gelijke betekenis heeft, bij de bepaling waarvan rekening wordt gehouden met de aard en de bestemming van de zaak alsmede de sedert de stichting van de zaak opgetreden technische en functionele veroudering, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen".